Een reis door de tijd!
Ik ben geboren in Den Bosch op dinsdag 18 juli 1961 om half 9 ’s morgens, als Monique de Bresser. Ik was de oudste, na mij werden er nog drie meisjes geboren. Een echt meidengezin, maar we waren net wilde jongens! We groeven hutten in de grond (mocht niet van mijn vader, was gevaarlijk), we speelden stiekem op de bouwplaats waar nieuwe huizen gebouwd werden (mocht niet van mijn vader, was gevaarlijk), en klommen zo vaak we maar konden op het dak van de schuur (mocht niet van mijn vader, was gevaarlijk). Nu ik zelf drie jongens heb, denk ik: mijn vader had groot gelijk!
Verder was ik gek op schommelen, legoën, cowboytje spelen, stunten op mijn fiets, buiten spelen, handstand doen, met barbies spelen, tekenen, lezen en… schrijven!

Toen ik 9 jaar was, begon ik al verhalen te bedenken. Ik typte ze op een oude typemachine en stuurde ze naar een plaatselijk krantje. Ze werden allemaal geplaatst op de kinderpagina, en toen ik 11 jaar was werd ik gevraagd voor de redactie. De hoofdredacteur was een lieve oude man, die zichzelf de Beiaardier noemde. De kinderpagina heette De klokkentoren. De Beiaardier werd een goede vriend.
Toen ik in de vijfde klas (groep 7) zat, won ik een landelijke sprookjeswedstrijd! Die was uitgeschreven door de radio, en ik mocht naar de studio in Hilversum, naar een rechtstreekse uitzending. Natuurlijk zat ik daar te stotteren met een knalrood hoofd (ik was heel verlegen, daar heb ik nog wel eens last van). Anton Pieck (die de Efteling bedacht heeft!) was er ook en gaf mij de hoofdprijs: een nieuwe typemachine!

In de brugklas en in de klassen daarna werd ik behoorlijk gepest. Ik ontdekte toen dat schrijven voor mij héél belangrijk is. Ik kon erdoor wegvluchten in mijn eigen droomwereld, en dat hielp me om me door de uren op school heen te bijten.
Toch ben ik plotseling gestopt met schrijven toen ik 16 jaar was… toen stierf de Beiaardier. Hij was al heel oud, maar het was de eerste mens in mijn leven die doodging. Ik was er kapot van.
Na een tijd ging mijn verdriet over. Ik werd Kabouterleidster bij Scouting Lucas in Den Bosch (waar ik Ibis werd genoemd), en daar had ik ontzettend veel plezier. Ik kreeg veel vrienden en vriendinnen, en vooral veel zelfvertrouwen. Het pesten op school stopte.

Toen ik 18 jaar was, werd ik verliefd op een Verkennerleider: Frank van der Zanden. Drie jaar later trouwden we, en veranderde mijn naam van Monique de Bresser in Monique van der Zanden.
In 1987, toen ik 25 was, werd onze oudste zoon Bart geboren en vertrokken we naar Kenya om daar een tijdje te gaan wonen en werken in de sloppenwijken van Kisumu, een stad aan het Victoriameer. Weer terug in Nederland werd Tim geboren en twee jaar daarna Wouter. Het zijn nu allemaal reuzen van kerels!

Ik heb nooit een beroepsopleiding gehad, maar rolde van het ene baantje in het andere, of deed vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld bij een milieuclub in Roosendaal, een stad waar we twaalf jaar gewoond hebben. Verder was ik veel thuis bij Bart, Tim en Wouter en hielp mee op hun school, de Rudolf Steinerschool (vrijeschool) in Roosendaal. Omdat Tim dyslectisch is, hebben we veel samen gewerkt om alle letters en woorden eindeloos te oefenen.
Ik had het véél te druk om nog verhalen te schrijven, maar in mijn achterhoofd bleef het mijn droom. Wouter vroeg, toen hij zes jaar was, regelmatig achterop de fiets: ‘Mama, wat wil jij later worden als je groot bent?’ En dan antwoordde ik: ‘Schrijfster!’ En altijd dacht ik: als ik weer tijd heb, ga ik schrijven.

Tot mijn vader doodging, in april 1997. Toen dacht ik: als ik geen tijd máák, komt het er nooit van! En voor ik het weet, ben ik oud en ga ik ook dood… En ik zei allerlei dingen af en begon weer te schrijven.
In mei 2000 kwam mijn eerste boek(je) uit! Dat was Prins Echo, een bundel sprookjes die verscheen in de Leesleeuwserie bij Uitgeverij Zwijsen. Ik schreef toen onder het pseudoniem Ibis. Prins Echo werd prompt genomineerd voor de Johan Diepstratenprijs, voor het bijzondere taalgebruik.
Daarna schreef ik nog véél meer boeken (tot augustus 2005 onder de naam Ibis, daarna onder mijn eigen naam), en niet alleen Zwijsen gaf ze uit, maar ook Uitgeverij Christofoor en Uitgeverij De Fontein.
En dan te bedenken dat ik toen ik 6 jaar was zo’n moeite had om mijn eigen naam te leren schrijven... (ik hoor het mijn moeder voor de honderdste keer zeggen: na de q komt altijd de u!)
Nu ben ik fulltime schrijfster, en ik vind het het leukste vak van de wereld!